Friday, December 30, 2005

Eurabia en de vijfde colonne

Eurabia en de vijfde colonne
Verreweg de meeste Nederlanders en andere Europeanen hebben, -mede dank zij onze mediacensuur- helaas nog steeds niet in de gaten, welke reusachtige geopolitieke ommezwaai de Europese landen in het najaar van 1973 hebben gemaakt. Op 6 oktober 1973 werd Israël, dat Yom Kippoer vierde, onverhoeds aangevallen door Egypte en Syrië. Toen president Nixon enkele weken later militaire steun aan Israël toezegde kondigden Libye, Abu Dhabi en Saoedi-Arabië een olieboycot af tegen de VS en Nederland.

De andere olie exporterende Arabische landen volgden spoedig en dreigen het olieaanbod aan de Europese landen duurzaam te beperken. De economische gevolgen voor de wereldeconomie waren ernstig maar tijdelijk, maar de internationale politieke gevolgen zijn dramatisch.

Het begin van de Europees-Arabische "samenwerking"
In de loop van november/ december van dat jaar wordt een pact gesloten tussen de E.E.G. -de voorloper van de politieke EU, die destijds alleen een economische gemeenschap was- en de Arabische Liga, waarin o.a. Arabische invloed op politiek, onderwijs en cultuur besloten ligt in ruil voor "oliegaranties". Max van der Stoel zit in die tijd namens Nederland in de E.E.G.

Een citaat uit een voordracht van de Egyptisch-Joodse historica Bat Ye’or in juni 2004 in de Franse Senaat te Parijs.
“De samenwerking wordt in 1974 in Parijs bestendigd met de oprichting van de Parliamentary Association for Euro-Arab Cooperation. Aan dit lichaam werd het beheer van alle aspecten van Euro-Arabische relaties –financiele, politieke, economische, culturele en die welke betrekking hadden op immigratie, toevertrouwd. Deze organisatie functioneerde onder auspiciën van de Europese regeringsleiders en hun ministers van buitenlandse zaken, in nauwe samenwerking met hun Arabische tegenspelers en met de vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de Arabische Liga.

Doel en strategie
De strategie, waarvan het doel was de oprichting en vestiging van een pan-Mediterrane Euro-Arabische eenheid, die het “vrije verkeer van personen en goederen“ mogelijk zou maken, bepaalde ook de immigratiepolitiek betreffende de Arabieren naar de Europese Gemeenschap. En gedurende de laatste 30 jaar stelde het ook het relevante culturele beleid in scholen en universiteiten vast.

Geheime betrekkingen en overeenkomsten
Sinds de eerste vergadering van de Euro-Arabische Dialooog (EAD) in Cairo in 1975, die werd gehouden onder de ministers en staatshoofden van zowel de Europese als de Arabische landen, werden er overeenkomsten gesloten betreffende de verspreiding en bevordering van de Islam in Europa, van de Arabische taal en cultuur door middel van de oprichting van Arabische culturele centra in Europese steden. Andere accoorden volgden spoedig, alle bedoeld om de ontwikkeling van een culturele, economische, politieke Euro-Arabische symbiose te verzekeren. Deze verstrekkende inspanningen betroffen de universiteiten en de media en zelfs de overdracht van technologieën en zelfs de diplomatie in internationale forums speciaal in de VN.

De voorwaarden van deze Associatie werden door de Arabieren gedicteerd:
1) De Europese politiek zou onafhankelijk zijn van en gericht tegen die van de Verenigde Staten
2) De erkenning door Europa van een “Palestijns volk” en de oprichting van een “Palestijnse Staat”
3) Europese steun aan de PLO
4) De aanwijzing van Arafat als de enige en exclusieve vertegenwoordiger van dat “Palestijnse volk”
5) De ontmanteling van de Israëlische Staat en de Arabisering van Jeruzalem

Hieruit ontsprong de verborgen Europese oorlog tegen Israël door economische boycots.

Arabisch dictaat
Gedurende de laatste 30 jaar bepaalden een aanzienlijk aantal niet-officiële overeenkomsten tussen landen van de EEG (en vervolgens de EU) aan de ene kant en de landen van de Arabische Liga aan de andere de ontwikkeling van Europa in zijn huidige politieke en culturele aspecten. Ik noem er hier slechts vier:
1) Europeanen die met Arabische immigranten te maken zouden krijgen zouden een speciale training ontvangen om hun zeden en gewoonten beter te waarderen;
2) De Arabische immigranten zouden onder de controle en wetten van de landen van origine blijven
3) Historische leerboeken in Europa zouden worden herschreven door gemeenschappelijke teams van Europese en Arabische historici. De Slagen van Poitiers en Lepanto en de Spaaanse Reconquista hadden niet dezelfde betekenis voor beide Mediterrane kusten;
4) Cursussen in Arabische en Islamitische taal en cultuur zouden op Europese scholen en universiteiten worden gegeven door Arabische docenten met ervaring in het onderwijs van Europeanen.”

Tot zover het citaat.

Geopolitieke gevolgen
Allereerst moet opgemerkt worden, dat de "samenwerking" niet alleen is opgelegd, maar volstrekt éénzijdig is. Er is geen sprake van enige tegenprestatie van enig Arabisch land op cultureel, politiek of enig ander gebied anders dan een enkele "oliegarantie" door bepaalde olie-exporterende landen.
Een van de belangrijkste geopolitieke gevolgen is, dat de Europese leiders het atlantisme (Atlantisch denken) op slinkse wijze hebben vervangen door het mediterranisme zonder hierover met de bondgenoot de Verenigde Staten te overleggen en nog minder met de nationale parlementen te debatteren.
In persoonlijke verhoudingen zouden we dit in juridische termen "schending van goede trouw" noemen. Maar in internationale betrekkingen is er -bij mijn weten- nog geen uitdrukking voor. Of het valt onder "geheime diplomatie". We hebben de Amerikaanse leiders er nog niet over gehoord, maar de Europese leiders hebben hiermee de facto het NAVO-bondgenootschap met de Amerikanen over boord gezet, zelfs nog vóór het einde van de Koude Oorlog. Pas in 1975 speelt het NAVO-dubbelbesluit over de kruisraketten -dat tegen de Russische atoomdreiging (SS-20 raketten) gericht is-, maar het is m.i. niet onwaarschijnlijk, dat de Amerikanen van die reuzenzwaai toen nog niets afwisten.

Niet minder belangrijk en voor Europeanen direct merkbaar is, dat o.l.v. de voorvechter van Eurabia, Frankrijk, de islamisering van Europa en de massa-immigratie van Arabieren naar dit subcontinent zijn ingezet. Frankrijk is met het oproer in de voorsteden ook de eerste die een voorproefje van de gevolgen van dit beleid heeft mogen smaken.

Voldoende reden voor kamerleden de geheime Europees-Arabische Samenwerking, de Europees-Arabische Dialoog en de geopolitieke positie van Europa sinds 1973 aan de orde te stellen. Er is –voor zover bekent in die 32 jaar zelfs nog nooit ook maar één vraag over gesteld, laat staan een debat gevoerd.
Op de officiële websteks van de EU is er -ondanks naarstig speurwerk- niets over Europees-Arabische Samenwerking te vinden.
Wat doen het nationale en het Europese Parlement eigenlijk?

0 Comments:

Post a Comment

<< Home